Toen we op de kinderafdeling kwamen schrok ik van de mensen die met haar bezig waren, een stuk of 6. Ik zag op de monitor haar hartslag en zuurstof gehalte. Haar hartslag was goed, het zuurstof gehalte was erg laag.
Ze werd kunstmatig beademd en was onder narcose. Daar ligt dan je kleine meisje, naar wie je zo hebt verlangt. Aan al die toeters en bellen en haar oogjes dicht.
Je wacht op een huiltje, een open oogje maar dat komt niet. Je ziet de artsen en verpleegkundigen vechten voor har leven. Je hoort ze om medicatie vragen, fotox92s, bloedonderzoeken en alles met spoed.
Het een na het ander wordt uitgesloten. Ondanks al de medicatie komt er geen enkele verbetering.
Even knippert ze met haar oogje en knijpt met haar handje, toch verbetering? Nee zegt de arts verslechtering, hersenbeschadiging.
Dan komt de arts naar je toe en zegt het is zorgelijk, ze weten niet wat er aan de hand is.
Nog meer fotox92s worden gemaakt, er word bloed bij mij afgenomen ivm de resusfactor.
Je staat machteloos en moet toe zien hoe je kindje vecht. Je kunt alleen haar handje vasthouden, haar aaien verder niets.
Even vlamt de hoop op als je hoort dat ze misschien naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht gaat. Omdat ze daar betere apparatuur hebben.
Als de neonatoloog uit Utrecht er is schud hij zijn hoofd, ze doen nog een paar onderzoeken, maar dan zegt hij dat het niet meer gaat. Ze zijn al zolang bezig geweest. Ze heeft al te lang geen zuurstof in de hersentjes gehad. Als ze ooit van de beademing af zou komen zal ze zwaar gehandicapt zijn.
Op dat moment kan het je niet veel schelen, als je haar maar mag houdenx85x85
Korte tijd later komt hij weer naar ons toe en zegt dat het echt niet meer gaat. Ook de arts uit Woerden zegt dat ze moeten stoppen.
Dat kan niet, je knikt wel maar wil niet, niet mijn kindje, niet ons kleine meisje, waarom??
En toch, het moet, je moet afscheid nemen van iets dat je zo kort hebt mogen hebben.
De artsen koppelen de apparatuur los en je krijgt haar in je armen. Ze is warm, ze leeft nog. We moeten terug naar de kraamafdeling.
In je armen ligt je kindje, stil en met haar oogjes dicht. Je voelt de pijn in je hart haast ondraaglijk worden.
Zox92n mooi meisje, compleet, volmaakt, mooie krulhaartjes en een bol gezichtje. Ze is nog rozig het lijkt of ze slaapt. Dan wordt je alleen gelaten. Om afscheid te nemen. Pieter Gerrit kan het haast niet aan en ik voel me sterk, onnatuurlijk sterk.
Ik wil elke minuut die ik nog heb haar voelen, aanraken, kussen, tegen haar zeggen dat ik van haar hou. Ik zou haar mijn zuurstof willen geven, haar hartje opgang willen houden maar je weet at het geen zin heeft.
Pieter Gerrit wil bidden, maar ik kan niet, hij bidt of God ze bij Zich wil nemen. Hij ervaart daarna zox92n rust, het is goed. Ik ben in opstand, niet mijn kindje het meisje waar ik zo naar verlangde, waar ik me zo op verheugde. Ik had me al zien lopen achter de kinderwagen. Een mooi meisje erin en een schat van een jongen ernaast.
Dan komt de verloskundige ze maakt fotox92s van ons driexebn. Berdine ademt eigenlijk niet meer, ze heeft nog wat schokjes. Als je haar handje vasthoud lijkt het alsof ze haar vuistje om jou vinger legt of ze je nog even knijpt.
Om 12.50 weet ik dat ze niet meer bij ons is. Haar hartje is gestopt, haar handje worden al snel inwit en koud.
Ik wil dit niet en zegt nog niets tegen Pieter Gerrit. Als de verpleegkundige om 1 uur komt ziet ze het direct. Ze zegt het, ik knik. Pieter Gerrit begint het te beseffen. Hij huilt en zegt; mijn kleine meisje. Dit doet zox92n pijn van binnen. Ik had hem zo graag dit meisje gezond, levend in zijn armen gegeven, maar het kan niet.
Toen ze nog leefde heeft hij haar niet vast gehouden, wel geaaid, gekust en tegen haar gezegd hoeveel hij van haar hield.
En nu is het voorbij, voorgoed.
Hij pakt haar van me aan, als ik hen tweexebn zie, breek mijn hart, waarom??
De verpleegkundige maakt een hand en voet afdruk, de arts komt langs en verwijderd het laatste infuus.
Berdine gaat voor het eerst en voor het laatst in bad. Ze krijgt haar kleertjes aan. Kleertjes die Arnoud ook aan had na zijn geboorte, het klopt niet. Deze zijn niet voor zox92n moment. Ze had moeten leven toen ze ze aankreeg.
Mijn mooie meisje en dan zo stil.
Dan krijg ik haar weer in mijn armen, er komt bloed uit haar neusje. Ik huil, waarom mijn meisje.
Even later komt de behandelende arts binnen en legt uit wat ze gedaan hebben en waarom. Hij stelt me gerust door te zeggen dat ze op het laatste hersendood was. Ik had de angst dat ze te vroeg waren gestopt. Maar ze hebben alles gedaan, ze hebben zich voor 200% ingezet. Het team voelt zich verslagen. Hij wil over ongeveer zes weken een gesprek met ons.
En dan komt de tijd dat je je ouders moet bellen. Hoe moet je het zeggen, ze verwachten goednieuws. Ze zijn verslagen als ze het horen en weten niet wat ze moeten zegge. Ze komen naar het ziekenhuis, kijken naar Berdine.
Om half vier is alles geregeld en mogen we naar huis. Dan moeten we toch nog wachten op de MRI-scan. Om half zes gaat Berdine onder de scan. Wij eten ondertussen wat en praten en huilen.
Herbetert en Ma Rodenburg gaan naar ons huis, we hebben geen sleutel. Herbert breekt in en ma Rodenburg belt Harkes (begrafenisondernemer). Om 6 uur is Berdine terug van de scan, ze krijgt een schone cape en een deken en dan gaan we naar beneden. Gelukkig is het niet druk.
Thuis leggen we Berdine in haar wiegje maar dat is te hard, een te groot contrast. Meneer Harkes komt met het kistje. Pieter Gerrit kleed Berdine om in het witte jurkje dat ik ooit aangehad heb. Dat hij dat kan, bij Arnoud durfde hij hem net vast te houden en nux85..
Ze ligt er zo vredig bij, zo rustig, het is net of ze slaapt.
Hij legt haar in het kistje en dekt haar toe met een lakentje.
Ons meisje hoort daar niet maar het moet.